Wat is BTW?

btw-berekenenBTW. Iedereen kent die drie lettertjes wel en heeft wel een basisidee wat er nu eigenlijk mee bedoeld wordt. Zeker en vast heb je ooit wel al eens ergens BTW hartgrondig lopen vervloeken. Die belasting op toegevoegde waarde zorgt toch immers voor een redelijke prijsstijging van heel wat producten die je ongetwijfeld liever een stukje goedkoper had gehad. Maar wat is dat nu eigenlijk BTW? Waar kom het vandaan en waarom betalen wij dat eigenlijk allemaal? De kans is groot dat je niet op al die vragen een antwoord kan formuleren. Geen zorgen: we leggen het even voor je uit.

BTW: een uitleg

BTW staat voor belasting op toegevoegde waarde en staat in de boeken als een algemene verbruiksbelasting. Dat betekent zoveel als dat er BTW wordt geheven op zowat elke dienst en product dat je koopt. In onze maatschappij zit BTW sowieso al in de prijs inbegrepen dus merk je er in de praktijk niet zoveel van. Gaat dat geld dan naar de ondernemer? Natuurlijk niet. Deze is verplicht de BTW-heffing op zijn beurt door te storten aan de Belastingdienst. Concreet is BTW dus een indirecte belasting, door de overheid ingesteld, op het verkopen van een dienst of een product. Waar komt die term toegevoegde waarde dan vandaan? Het wordt zo genoemd omdat deze belasting gebaseerd wordt op de waarde die aan een product of een dienst wordt toegevoegd in elke stap van het distributie- en/of productieproces.

Hoe werkt dat dan?

Producenten en leveranciers verhogen simpelweg de prijs van wat ze verkopen met het bedrag van de BTW. Dit bedrag valt dus ten laste van de consumenten en wordt door de handelaars en leveranciers doorgestort aan de staat. Wereldwijd zijn er ruim over 100 landen die een BTW-tarief kennen waarvan zowat alle Europese landen. Ieder land heeft hierbij de keuze om een hoog of een laag tarief toe te passen op een reeks producten. Het laagst mogelijke percentage is 6% en wordt door de overheid in de regel geheven op producten en diensten die men wenst te stimuleren of te ontzien. In Nederland geldt het laag tarief zo bijvoorbeeld voor agrarische producten en ook heel wat culturele activiteiten. Het hoog tarief, bij ons is dat 21%, wordt op het gros van de producten en diensten aangeboden in onze samenleving geheven.

Daarnaast bestaat er ook nog zoiets als het nultarief. Het nultarief geldt voor leveringen aan het buitenland en soms kan er ook een vrijstelling gelden op bepaalde goederen. Dit zijn in de regel goederen bedoeld om mensen te helpen als medicijnen, onderwijs en dergelijke.

Waar komt het vandaan?

Het heffen van een belasting op verkoop is een praktijk die al een indrukwekkende geschiedenis heeft. Om de oorsprong van BTW terug te vinden moeten terug gaan naar het oude Egypte rond 2000 voor Christus waar de eerste gevallen van omzetbelastingen, waar wij tenminste van weten, terug te vinden zijn. Daarbij ging het waarschijnlijk wel niet om een belasting op alle goederen maar hiëroglyfen maakten duidelijk dat sommige specifieke goederen een belasting kenden.

Deze praktijk sloeg over richting het oude Griekenland. Zo moest in Athene een belasting betaald worden op de verkoop van slaven. Niet veel later kwam in deze bekende havenstad er ook een belasting bij op export en import van goederen. Alexander de Grote op zijn beurt nam na zijn verovering van Griekenland de praktijk over. Ook in het Romeinse Rijk was het principe van een BTW niet onbekend. Keizer Augustus had een schatkist nodig om extra landen te veroveren en het leger op peil te houden om het reusachtige rijk te verdedigen. Zijn oplossing? Een omzetbelasting op alle goederen die verkocht werden. Dit was de eerste algemene omzetbelasting uit de geschiedenis.

Na de val van het Romeinse Rijk door de omzetbelasting terug op in Spanje in de 14de eeuw. Heel wat Europese landen volgden maar dit bleef niet zo. Een tijdlang leek de omzetbelasting uitgestorven. Tot Engeland geld nodig had tijdens de Napoleontische oorlogen en een bundel accijnzen invoerde. Het algemene thema hier mag duidelijk zijn: in den beginne was BTW vooral een crisisbelasting die het probleem van een lege schatkist snel op moest lossen.

De moderne BTW

In Nederland is er voor het eerst sprake van een omzetbelasting in 1934. In volle crisistijd was de bedoeling om met dit extra geld aan de heropbouw van Nederland te werken. Het succes was echter zo groot dat de plaats van de BTW in het algemene belastingstelsel te belangrijk was geworden om nog te schrappen. Uiteindelijk werd enkele jaren later door de Europese Gemeenschap gezocht naar een eenvormig belastingstelsel voor alle lidstaten. Hun oplossing? De BTW natuurlijk. Sinds zijn algemene invoering in de jaren ’60 is het percentage in Nederland aan behoorlijk wat schommelingen onderhevig geweest. De algemene trend is echter duidelijk: het percentage zit in een stijgende lijn. Waar bij de invoering er een heffing van 12% was is dat vandaag de dag al 21%.