Letters belastingdienst

Claim deze aanbieding nu →

Alsof de Belastingdienst in een soort geheimtaal berichten aan ons wil doorgeven, plaatsen zij allerlei codes van letters en cijfers bij de aangiftes en aanslagen die wij over de post ontvangen. Geheimtaal is het (helaas) niet, maar de becijfering of belettering is ook zeker niet willekeurig gekozen.

De codering van de Belastingdienst

De Belastingdienst heeft op haar website niets vermeld staan over de cijfers en nummers waarmee ze aangiftes en aanslagen voorzien van een code. Echter, het begrijpen van de codes kan van belang zijn voor de soort belasting en op welke belasting de code betrekking heeft. De Belastingdienst heeft codes in cijfers en in letters. Een codering in cijfers begint met het BSN-, fiscale of sofinummer, gevolgd door een letter en als laatste de tijdvak codering en de statuscodering. Binnen de codering in letters bestaan verschillende categorieën met verschillende codes van steeds één enkele letter. De categorieën bestaan uit: omzet-, loon-, inkomsten-, vennootschaps- en motorrijtuigenbelasting, zorgverzekeringswet, toeslagen en overige codes.

Codering in cijfers

Zoals gezegd komt na het BSN-, fiscale of sofinummer eerst de tijdvak codering, oftewel de periode code. Dit zijn maandnummers of kwartalen van de volgende grootte:

  • 21 – eerste kwartaal
  • 24 – tweede kwartaal
  • 27 – derde kwartaal
  • 30 – vierde kwartaal
  • 400 en 500 – heel jaar

Vervolgens wordt er een statuscode aan toegevoegd met verschillende groottes. 0 tot en met 5 gaat over de eerste tot en met de vijfde voorlopige aanslag, 6 is de definitieve aanslag en 7 tot en met 9 omvat de eerste tot en met derde navorderingsaanslag.
Dit klinkt allemaal erg ingewikkeld en om je er een voorstelling van te kunnen maken, is een voorbeeld hiervan: 0000.00.000.F.01.5210, wat de naheffing omzetbelasting van het 1e kwartaal van 2015 is. Hierbij is 0000.00.000 het fiscale of BSN nummer, waar in het echt iedereen zijn eigen persoonlijke nummers staan.

Codering in letters

De codering in letters van de Belastingdienst is een stuk uitgebreider en omvat allerlei categorieën van belasting en andere zaken.

H = Inkomstenbelasting

De eerste code die valt onder de inkomstenbelasting is de H, oftewel de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Inkomstenbelasting in zijn geheel is de directe belasting die wordt geheven over het inkomen van belastingplichtigen, waar zo goed als iedereen onder valt die een baan heeft, of dat nou parttime of fulltime is. De premies volksverzekeringen zijn in Nederland de premies die worden betaald voor de volksverzekering, bestaande uit de AOW, Anw en de Wlz.
De tweede code is de N, oftewel de inkomstenbelasting van gemoedsbezwaarden. Deze omvat eveneens de inkomstenbelasting maar het verschil met de letter H, is dat de N refereert naar werknemers of werkgevers die vanuit een overtuiging bezwaar uiten tegen alle vormen van verzekeren. Echter, de loonbelasting is daardoor niet minder laag.

L = Loonbelasting

Binnen de categorie van loonbelasting is er eerst de algemene code voor loonheffing, aangegeven met de letter L. Dit houdt de inhouding van de loonbelasting en premies volksverzekeringen op de loon in van een werknemer. De werkgever draagt de loonbelasting en de premies volksverzekeringen van zijn werknemers beide af aan de Belastingdienst.
Vervolgens is er de naheffingsaanslag loonheffing, aangeduid met de letter A. Dit is van toepassing als de werkgever of de uitkeringsinstantie te weinig loonheffingen heeft afgedragen of wanneer deze te laat zijn afgedragen. De Belastingdienst kan in dit geval het resterende bedrag nog terug heffen.
Tot slot is er de letter J, wat de teruggave loonheffingen aangeeft. Hierbij kun je belasting terugkrijgen door bepaalde verzachtende omstandigheden, zoals bij ziekte, studie of onbetaald verlof.

M = Motorrijtuigenbelasting

Voor iedereen die een motorrijtuig in zijn bezit heeft, wordt er motorrijtuigenbelasting gevraagd, aangegeven met de letter M. Dit is een indirecte belasting die officieel wordt geheven op het bezit van een motorvoertuig voor mensen die jonger zijn dan 40 jaar. Het is een houderschapsbelasting en wordt in de volksmond ook wel wegenbelasting genoemd.
Naast de algemene motorrijtuigenbelasting is er ook de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting, aangegeven met de letter Y. Het wordt ook wel de naheffingsaanslag wegenbelasting genoemd en is de boete die je moet betalen als je de kosten van de belasting niet of te laat betaald hebt. Ook als je maar een deel betaald hebt, wordt er door de Belastingdienst naheffingsaanslag geheven.

B = Omzetbelasting

De algemene omzetbelasting wordt aangegeven met de letter B en houdt een indirecte belasting in die de Belastingdienst heft op de verkoop van producten of diensten. Een bekend voorbeeld hiervan is de btw. Aangifte omzetbelasting wordt ieder kwartaal gedaan.

F = Naheffingsaanslag omzetbelasting.

Daarnaast betekent de code F de naheffingsaanslag omzetbelasting. Deze volgt er als je geen BTW aangifte doet, waarbij de Belastingdienst een schatting doet van het te betalen btw-bedrag.
Ook is er een teruggave omzetbelasting, aangegeven met de O. Veel mensen doen dit in het begin van het nieuwe jaar, waarbij zij btw terugvragen van de Belastingdienst. De hoogte van dit bedrag verschilt per situatie.

V = Vennootschapsbelasting

De letter V is de code die wordt toegekend aan de vennootschapsbelasting. Dit is de belasting die geheven wordt over de winst die een onderneming, ook wel vennootschappen genoemd, heeft gemaakt. Soms zijn ook stichtingen en verenigingen verplicht aangifte vennootschapsbelasting te doen. In principe moeten BV’s, NV’s en coöperaties altijd vennootschapsbelasting betalen.

W = Zorgverzekeringswet

De zorgverzekeringswet wordt door de Belastingdienst aangeduid met de letter W en is een wet die zorgt voor de verplichte basisverzekering van verzekerden. Zorgverzekeraars zijn zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van de zorgverzekeringswet en deze wet moet dienen als vervanging van de oude ziekenfondswet. Bij deze wet werd een onderscheid gemaakt tussen ziekenfondsen en particuliere verzekeringsmaatschappijen.

T = Toeslagen

Ook toeslagen worden gemerkt met een codering in lettervorm. Er zijn vier soorten toeslagen vanuit de Belastingdienst die allemaal met de letter T beginnen maar voorzien zijn van een afsluitend cijfer, wat de functie van de toeslag moet aangeven. Alle toeslagen worden geheven voor een extra geldbedrag dat betaald moet worden.

  • Eindigend op een 1 geldt voor de kinderopvangtoeslag.
  • Eindigend op een 2 geldt voor de huurtoeslag.
  • Eindigend op een 3 geldt voor de zorgtoeslag.
  • Eindigend op een 4 geldt voor het kindgebonden budget.

Z = Overige

Als laatste is er nog de categorie, overige, wat wordt aangegeven met de letter Z. Het gaat hierbij om overige vorderingen die niet binnen één van de andere categorieën valt, wat vorderingen zijn die nergens anders in de aangifte aangegeven zijn. Het kan hierbij gaan om uitgeleend geld of een schenking op papier. De persoon in kwestie die jou geld heeft geschonken, betaalt dit niet direct uit en daardoor heb je een vordering op de schenker. Ook geldt de Z (overige) bij contant geld en cadeaubonnen. Dit contant geld en de waarde van de cadeaubonnen moet worden opgegeven als die boven de vrijstelling uitkomen.

Interessante producten

Geplaatst op |